Skip to content

Procedure bij vermoeden van AI-fraude

Wanneer een leerkracht vermoedt dat een leerling AI heeft gebruikt op een manier die het AI-beleid overtreedt, geldt een duidelijke en faire procedure. Deze procedure beschermt zowel de academische integriteit als de rechten van de leerling.

**Belangrijk uitgangspunt.** AI-detectiesoftware is op dit moment **niet betrouwbaar genoeg** om als enig bewijs te gelden. Vermoedens worden onderbouwd met meerdere indicatoren, niet met een enkele AI-detectorscore.

De vier stappen van de procedure

Stap 1 — Vermoeden

Een leerkracht kan een vermoeden van oneigenlijk AI-gebruik baseren op meerdere indicatoren samen, zoals:

Een opvallend verschil in stijl, niveau of woordgebruik tegenover eerder werk
Generieke, weinig persoonlijke formuleringen
Feitelijke onnauwkeurigheden die typisch zijn voor AI-output (hallucinations)
Onlogische bronvermelding of fictieve referenties
Geen voldoende transparantierapportering volgens het AI-beleid
Inconsistentie tussen geschreven werk en mondelinge bevraging in de klas

Eén enkele indicator volstaat niet. AI-detectoren (zoals Turnitin, GPTZero) gelden als hulpmiddel, niet als bewijs.

Stap 2 — Gesprek met de leerling

Bij een vermoeden gaat de leerkracht eerst een respectvol gesprek aan met de leerling. Het gesprek heeft als doel om duiding te krijgen, niet om te beschuldigen.

  • Tijdstip: zo snel mogelijk na de indiendatum;
  • Plaats: rustige setting, niet in groep;
  • Aanwezigheid: leerkracht en leerling (op vraag van leerling kan een vertrouwenspersoon aanwezig zijn);
  • Inhoud: de leerkracht licht het vermoeden toe en vraagt de leerling om uitleg over het werkproces, bronnen en eventueel AI-gebruik.

De leerling krijgt de gelegenheid om eventuele transparantievereisten alsnog te documenteren.

Stap 3 — Verificatie

Wanneer het gesprek geen klaarheid brengt, kan de leerkracht aanvullende verificatie vragen:

Mondelinge ondervraging over de inhoud van het werk
Herwerking van (een deel van) de opdracht onder toezicht, in de klas of begeleid
Inzage in tussentijdse versies of werkbestanden (indien beschikbaar)

Deze verificatie verloopt steeds proportioneel tot het vermoeden en de zwaarte van de opdracht.

Stap 4 — Besluit en motivering

Op basis van het gesprek en eventuele verificatie neemt de leerkracht een gemotiveerd besluit:

Uitkomst Gevolg
Geen overtreding Werk wordt normaal geëvalueerd; geen verdere actie
Beperkte overtreding (bv. ontbrekende transparantie) Mondelinge bijsturing; herwerking met juiste transparantievereisten; geen formele sanctie
Duidelijke overtreding (bv. volledig AI-gegenereerd werk) Werk wordt niet of beperkt gequoteerd; melding aan graadcoördinator; sanctie volgens schoolreglement
Herhaaldelijke overtreding Tuchtrechtelijke procedure conform schoolreglement

Het besluit wordt schriftelijk gemotiveerd in het leerlingdossier. De leerling en ouders worden op de hoogte gebracht.

De school erkent dat AI-fraude moeilijk met absolute zekerheid is aan te tonen. Daarom is **proportionaliteit** een leidend principe: een vermoeden alleen volstaat niet voor een zware sanctie. Een sanctie moet steunen op meerdere indicatoren of op een falende verificatie (bv. leerling kan inhoud van het eigen werk niet uitleggen bij mondelinge ondervraging).

Rechten van de leerling

Doorheen de procedure heeft de leerling recht op:

Een eerlijk en respectvol gesprek vooraleer een besluit valt
Aanwezigheid van een vertrouwenspersoon naar keuze
Volledige uitleg over de redenen van het vermoeden
Gelegenheid om alsnog transparantie te documenteren
Een schriftelijke en gemotiveerde beslissing
Recht op beroep bij de directie en, bij blijvende betwisting, bij de schoolraad

Beroep

Wanneer leerling of ouders het niet eens zijn met het besluit, kan beroep worden aangetekend bij de directie binnen 5 schooldagen na kennisname. De procedure volgt verder de algemene beroepsprocedure uit het schoolreglement.

Voor leerkrachten

Een vermoeden van AI-fraude is steeds een delicate beoordelingskwestie. Bij twijfel kan een leerkracht zich laten ondersteunen door:

  • De graadcoördinator;
  • De vakgroep;
  • De ICT-coördinatie voor technische beoordeling;
  • De directie voor beleidsmatige afstemming.

Voor terugkerende patronen of nieuwe vormen van AI-misbruik wordt het AI-beleid jaarlijks geëvalueerd door het beleidsteam.

Back To Top