Beleidstekst ICT en digitalisering — Sint-Franciscusinstituut
1. Doel en uitgangspunten
Deze beleidstekst concretiseert de visie van het Sint-Franciscusinstituut op digitalisering en vertaalt deze naar duidelijke afspraken rond het gebruik van digitale toestellen en AI-tools. Het beleid ondersteunt het pedagogisch project van de school en heeft als doel leerprocessen te versterken, leerlingen gradueel digitale maturiteit te laten ontwikkelen en gelijke onderwijskansen te waarborgen.
Digitalisering is daarbij geen doel op zich, maar een middel dat bewust, doelgericht en pedagogisch verantwoord wordt ingezet. De school heeft expliciet aandacht voor gelijke onderwijskansen en inclusie: digitale middelen worden ook ingezet als ondersteunend instrument voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (zoals dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, ASS of ADHD), zodat elke leerling maximale kansen krijgt om leerdoelen te bereiken. Het beleid vermijdt ad-hocbeslissingen en biedt duidelijkheid aan leerlingen, ouders en leerkrachten.
De vier kernambities van dit beleid zijn:
- ICT als middel om leren te versterken, niet als doel op zich
- Digitale competenties ontwikkelen bij alle leerlingen, gevat in het DigComp-kader, met AI-geletterdheid als transversaal thema
- ICT inzetten voor activerend en gedifferentieerd leren
- Leerlingen vormen tot verantwoordelijke digitale burgers in een tijdperk van AI
2. Digitale infrastructuur als randvoorwaarde
Het Sint-Franciscusinstituut beschikt over een stabiele en performante digitale infrastructuur die het dagelijkse onderwijsproces betrouwbaar ondersteunt. Door gerichte en geplande investeringen blijft het netwerk afgestemd op hedendaagse en toekomstige noden.
De school werkt met twee gescheiden platformecosystemen die afgestemd zijn op de pedagogische noden per graad. In de onderstaande tabel wordt de structurele eindsituatie beschreven zoals die vanaf september 2028 volledig gerealiseerd is. De gefaseerde invoering tijdens de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028 wordt beschreven in hoofdstuk 3.4.
| Graad | Platform & omgeving |
|---|---|
| Eerste graad (jaar 1-2) | Google Workspace for Education – beveiligde Chromebook-omgeving |
| Tweede graad (jaar 3-4) | Microsoft 365 – BYOD Windows-laptop |
| Derde graad (jaar 5-6) | Microsoft 365 – BYOD Windows-laptop (uitgebreid) |
Deze infrastructuur vormt een noodzakelijke randvoorwaarde voor het gebruik van digitale leermiddelen, maar is geen sturende factor in pedagogische keuzes. Het toestellenbeleid en de invoering van BYOD vertrekken in de eerste plaats vanuit onderwijsdoelen, didactische overwegingen en de begeleiding van leerlingen, niet vanuit technische beperkingen.
3. Toestellenbeleid per graad
3.1 Eerste graad (1e en 2e jaar): school-Chromebooks
In de eerste graad werken alle leerlingen met een Chromebook dat door de school ter beschikking wordt gesteld binnen de Google Workspace for Education-omgeving.
| Motivering |
|---|
| • Uniforme en beveiligde leeromgeving |
| • Focus op digitale basisvaardigheden en studiehouding |
| • Beperkte technische complexiteit voor jonge leerlingen |
| • Actieve begeleiding door leerkrachten |
Voor het gebruik, beheer en de ondersteuning van deze toestellen wordt een jaarlijkse huurbijdrage gevraagd. Deze bijdrage wordt transparant gecommuniceerd en dient ter dekking van beheer, onderhoud en ondersteuning. De financiële uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 14.
3.2 Tweede graad (3e en 4e jaar): begeleide overstap naar BYOD
Vanaf de tweede graad schakelt de school over naar een BYOD-model (Bring Your Own Device). Leerlingen beschikken over een eigen Windows-laptop die voldoet aan de door de school vastgelegde minimumvereisten en werken binnen de Microsoft 365-omgeving.
| Pedagogische motivering |
|---|
| • Het leerproces vraagt meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid |
| • Opdrachten worden complexer en langduriger |
| • Leerlingen leren omgaan met een persoonlijk digitaal werkmiddel |
| • Voorbereiding op hogere graden en vervolgstudies |
Het lesuur digitale vorming, dat zowel in het eerste als in het derde jaar voor alle klassen voorzien is, ondersteunt deze gefaseerde opbouw van digitale maturiteit. In het eerste jaar ligt de nadruk op digitale basisvaardigheden, studiehouding en veilig en verantwoord online gedrag binnen de Chromebook-omgeving. In het derde jaar ligt de nadruk specifiek op de overstap naar BYOD: zelfstandig werken met een persoonlijk toestel binnen Microsoft 365, bestandsbeheer, cyberveiligheid, focus en het verantwoord gebruik van AI-tools. Beide lesuren samen vormen een doorlopend leertraject digitale maturiteit dat aansluit bij de leeftijd en de digitale verantwoordelijkheid van de leerling.
3.3 Derde graad (5e en 6e jaar): volwaardig persoonlijk leerinstrument
In de derde graad functioneert de laptop als een volwaardig leerinstrument. Leerlingen werken intensiever met digitale tools ter ondersteuning van onderzoeksvaardigheden, academische vaardigheden, programmeer- en simulatieomgevingen, en projectmatig en zelfstandig leren.
Concrete voorbeelden van software die in de derde graad wordt ingezet: Python, Dodona, simulatieomgevingen voor wiskunde en wetenschappen, data-analysetools. Dit sluit aan bij de verwachtingen van universiteiten en hogescholen.
3.4 Transitieplan 2026-2028: gefaseerde invoering van BYOD
De invoering van het BYOD-model vanaf de tweede graad gebeurt gefaseerd over twee schooljaren. Deze gefaseerde aanpak vertrekt vanuit drie uitgangspunten: pedagogische consistentie binnen elke graad, billijkheid tegenover gezinnen met leerlingen in uitlopende cohortes, en haalbaarheid voor leerkrachten, ICT-coördinatie en infrastructuur.
Principes van de gefaseerde invoering
- Leerlingen die instappen in de BYOD-regeling gebruiken hun toestel minimaal drie schooljaren. Dit sluit aan bij de standaardgarantie en afschrijvingstermijn van BYOD-toestellen en bij de huurformules die de school via haar partner aanbiedt.
- Leerlingen die bij de invoering reeds in de derde graad zitten, ronden hun secundaire loopbaan af binnen de Chromebook-omgeving. Voor deze cohortes wordt geen aankoop van een Windows-laptop gevraagd.
- De school voorziet tijdens de overgangsperiode gedeelde Windows-toestellen (laptopkar) om specifieke vakinhouden die Windows vereisen (zoals Python, Dodona en simulatieomgevingen) ook voor de derde graad toegankelijk te houden.
Tijdslijn
| Schooljaar | Jaar 3 | Jaar 4 | Jaar 5 | Jaar 6 |
|---|---|---|---|---|
| 2025-2026 (huidig) | Chromebook | Chromebook | Chromebook | Chromebook |
| 2026-2027 | BYOD Windows | BYOD Windows | Chromebook | Chromebook |
| 2027-2028 | BYOD Windows | BYOD Windows | BYOD Windows | Chromebook |
| 2028-2029 (eindsituatie) | BYOD Windows | BYOD Windows | BYOD Windows | BYOD Windows |
In september 2026 schakelen het derde en vierde jaar gelijktijdig over naar BYOD. Deze gelijktijdige instap in de tweede graad zorgt voor didactische consistentie binnen de graad, waarborgt een gebruikstermijn van minimaal drie jaar voor elke leerling en verkort de overgangsperiode aanzienlijk tegenover een strikt jaarlijkse invoering. Vanaf september 2028 is de invoering van het BYOD-model volledig voltooid.
Ondersteuning tijdens de overgangsperiode
Voor de cohortes die tijdens de overgangsperiode in de derde graad op Chromebook blijven werken, voorziet de school een gedeelde Windows-laptopkar met een beperkt aantal toestellen. Deze kar wordt ingezet tijdens lesmomenten waarop specifieke software (zoals Python, Dodona of simulatieomgevingen) vereist is. Op die manier blijft ook voor deze cohortes de pedagogische ambitie van hoofdstuk 3.3 gewaarborgd, zonder dat van deze gezinnen een aankoop gevraagd wordt.
Gezinnen die reeds over een compatibel Windows-toestel beschikken en dit zelf wensen in te zetten in de derde graad, kunnen hiervoor contact opnemen met de ICT-coördinatie. De school promoot deze mogelijkheid niet actief en legt geen verplichting op.
Communicatie
De school engageert zich om deze gefaseerde invoering tijdig, transparant en eenduidig te communiceren aan ouders en leerlingen. Ouders van leerlingen die in september 2026 instappen in het BYOD-model ontvangen uiterlijk in januari 2026 volledige informatie over de minimumvereisten, de financiële opties en de aankoop- of huurformules via de schoolpartner.
4. Digitale competenties: het DigComp-kader
Het Sint-Franciscusinstituut hanteert het Europese DigComp-model als referentiekader voor de opbouw van digitale competenties bij alle leerlingen. Dit kader biedt houvast bij de opbouw van leerdoelen, de vakdidactische inbedding en de evaluatie van digitale competenties doorheen de schoolloopbaan.
De vijf domeinen van DigComp worden niet als apart vak aangeboden, maar geïntegreerd in de vakdidactiek en de leertrajecten digitale maturiteit (jaar 1 en jaar 3):
| DigComp-domein | Omschrijving |
|---|---|
| Informatiegeletterdheid | Opzoeken, evalueren en beheren van digitale informatie; bronkritiek en omgaan met desinformatie; kritisch beoordelen van AI-gegenereerde output |
| Communicatie en samenwerking | Digitaal communiceren, delen en samenwerken in gedeelde omgevingen (Microsoft 365, Padlet, Wakelet) |
| Digitale inhoudscreatie | Produceren, bewerken en presenteren van digitale content; basisprincipes van programmeren; bewustzijn van auteursrecht bij AI-gebruik |
| Veiligheid | Beschermen van apparaten, data en privacy; gezond digitaal gedrag en cyberveiligheid; dataethiek bij AI-tools |
| Probleemoplossing | Technische problemen aanpakken; creatief en innovatief digitaal denken; verantwoord gebruik van AI als denkondersteuning |
AI-geletterdheid loopt als transversaal thema door deze vijf domeinen heen. Leerlingen leren AI-tools gericht te gebruiken, kritisch te bevragen en ethisch verantwoord in te zetten — als integraal onderdeel van wat het vandaag betekent om digitaal competent te zijn.
5. AI-beleid: kansen, grenzen en verantwoord gebruik
De opkomst van generatieve AI-tools (zoals ChatGPT, Copilot, Gemini en gelijkaardige toepassingen) heeft een directe impact op onderwijs en leren. Het Sint-Franciscusinstituut neemt hierover een duidelijk en genuanceerd standpunt in: AI is een krachtig hulpmiddel dat — mits verantwoord ingezet — het leerproces kan versterken. Het vervangt echter nooit het denken, redeneren en oordelen van de leerling zelf.
5.1 Uitgangspunten van het AI-beleid
| Kernprincipes |
|---|
| • AI is een hulpmiddel, geen vervanging van eigen denken en leren |
| • Leerlingen leren AI kritisch en doelgericht te gebruiken, niet blindelings te vertrouwen |
| • Transparantie over AI-gebruik is een basisvereiste: leerlingen melden wanneer en hoe ze AI hebben ingezet |
| • Leerkrachten bepalen per opdracht of en hoe AI-gebruik is toegestaan |
| • De school investeert in professionalisering zodat leerkrachten AI-geletterd zijn en zelf verantwoord gebruik kunnen modelleren |
5.2 Gefaseerde AI-integratie per graad
Het AI-beleid sluit aan bij de gefaseerde opbouw van digitale maturiteit:
| Graad | AI-aanpak en verwachtingen |
|---|---|
| Eerste graad (jaar 1-2) | Bewustwording: wat is AI, hoe werkt het, wat kan het wel en niet? Leerlingen verkennen AI als concept en leren de grenzen ervan begrijpen. AI-tools worden niet ingezet als productiemiddel bij opdrachten. |
| Tweede graad (jaar 3-4) | Begeleide introductie: AI mag worden ingezet als denkondersteuning of brainstormtool, mits expliciet aangegeven door de leerkracht en transparant gerapporteerd door de leerling. Eigen redenering en conclusies blijven de kern van elke opdracht. |
| Derde graad (jaar 5-6) | Zelfstandig en kritisch gebruik: leerlingen kunnen AI actief inzetten voor onderzoek, schrijfproces en probleemoplossing, maar met volledige transparantie (verplichte verantwoording van AI-gebruik in opdrachten). Nadruk op bronkritiek, outputevaluatie en academische integriteit. |
5.3 Transparantie en academische integriteit
Het Sint-Franciscusinstituut beschouwt transparantie over AI-gebruik als een fundamentele norm, niet als een optie.
Transparantievereisten
Wanneer AI-gebruik bij een opdracht is toegestaan, moet de leerling de volgende elementen expliciet vermelden, op de manier die de leerkracht bepaalt:
- Welke AI-tool is gebruikt (naam en versie indien relevant);
- Waarvoor AI werd ingezet (bijvoorbeeld: zoeken, brainstormen, formuleren, controleren, vertalen);
- Welk deel van het werk eigen redenering en conclusies betreft, en welk deel op AI-output is gebaseerd;
- Hoe de output kritisch werd geëvalueerd op correctheid, volledigheid en eventuele bias.
Academische integriteit
Het gebruik van AI om opdrachten volledig of grotendeels door AI te laten uitvoeren zonder eigen inbreng wordt beschouwd als een vorm van academische oneerlijkheid, gelijkwaardig aan plagiaat. Hetzelfde geldt voor het gebruik van AI bij opdrachten of evaluaties wanneer de leerkracht dit niet heeft toegestaan. De school hanteert hiervoor duidelijke regels die worden opgenomen in het schoolreglement en worden gesanctioneerd zoals voorzien in dat reglement.
5.4 Auteursrecht, privacy en dataethiek bij AI-gebruik
Naast pedagogische integriteit zijn er ook juridische en ethische dimensies aan AI-gebruik:
- Leerlingen mogen geen persoonsgegevens (van zichzelf of anderen) invoeren in publieke AI-tools.
- AI-gegenereerde content kan auteursrechtelijk beschermde bronnen bevatten: leerlingen leren dit herkennen en correct omgaan met intellectuele eigendom.
- De school gebruikt enkel GDPR-conforme AI-tools in een onderwijscontext; publieke AI-chatbots worden niet als officieel schoolplatform ingezet.
- Leerlingen worden bewust gemaakt van hoe AI-systemen werken met hun data (trainingsdata, datagebruik, privacyrisico’s).
5.5 AI en evaluatie: aanpassing van evaluatiepraktijk
De opkomst van AI vraagt ook om een herdenking van evaluatievormen. De school moedigt leerkrachten aan om:
- Evaluatievormen te diversifiëren: mondeling, procesmatig, reflecterend en in klas;
- Opdrachten zo te ontwerpen dat AI-gebruik geen vervanging van eigen leren mogelijk maakt (bv. door contextualisering, persoonlijke toepassing, creatieve vertaling);
- Formatieve evaluatie te versterken: het leerproces zichtbaar maken, niet enkel het eindproduct beoordelen;
- AI niet per definitie te verbieden, maar de opdracht zo te framen dat eigen denken de kern blijft.
5.6 Professionalisering rond AI
Leerkrachten worden actief ondersteund en geprofessionaliseerd rond AI in onderwijs. De school voorziet:
- Nascholing over AI-geletterdheid en didactisch verantwoord gebruik van AI-tools;
- Uitwisseling van good practices rond AI-bestendig evalueren en opdrachten ontwerpen;
- Toegang tot door de school goedgekeurde AI-tools die privacy-conform zijn;
- Een schoolbreed kader zodat leerlingen consistente boodschappen ontvangen over AI-gebruik.
6. Digitaal burgerschap
Digitaal burgerschap is een expliciete ambitie van het Sint-Franciscusinstituut. De school bereidt leerlingen niet alleen voor op het gebruik van digitale tools, maar ook op een verantwoorde, kritische en ethisch bewuste deelname aan de digitale samenleving. Dit past naadloos binnen de bredere vorming van de totale persoonlijkheid.
| Digitaal burgerschap omvat |
|---|
| • Mediawijsheid: het herkennen van desinformatie, reclame, filterbubbels en manipulatie |
| • Digitale ethiek: respect, empathie en verantwoordelijkheid in online communicatie |
| • Online identiteit en reputatie: bewustzijn over digitale voetafdruk en privacybeheer |
| • Cyberveiligheid: veilig gedrag online, omgaan met phishing, sterke wachtwoorden en datadeling |
| • Auteursrecht en intellectuele eigendom: correct en eerlijk gebruik van digitale bronnen en AI-tools |
| • AI-geletterdheid: kritisch omgaan met AI-gegenereerde content en de ethische dimensies van AI |
Deze thema’s worden structureel verankerd in het leertraject digitale maturiteit (jaar 1 en jaar 3) en komen aan bod in vakdidactische contexten doorheen de gehele schoolloopbaan.
7. Didactische afspraken en activerend leren
7.1 ICT voor activerend en gedifferentieerd leren
Digitale middelen worden niet louter ingezet als vervanging van klassieke werkvormen, maar als hefboom voor dieper en actiever leren. Leerkrachten zetten ICT bewust in om leerlingen te activeren, te differentiëren en leerwinst zichtbaar te maken.
Concrete voorbeelden van activerende inzet van ICT:
- Formatieve toetsing via digitale quiztools (bv. Socrative, Formative) voor directe feedback en bijsturing
- Collaboratieve opdrachten in gedeelde digitale omgevingen (Microsoft 365, Padlet, Wakelet)
- Flipped classroom-aanpakken waarbij instructie digitaal wordt aangeboden en klastijd vrijkomt voor verdieping
- Onderzoeks- en projectopdrachten waarbij leerlingen zelfstandig bronnen evalueren, data verwerken en bevindingen presenteren
- Differentiatie via adaptieve oefenplatformen (bv. Dodona, Khan Academy) die inspelen op het niveau van de individuele leerling
7.2 Basisprincipes voor het gebruik van digitale toestellen
| Principes |
|---|
| • Digitale middelen worden doelgericht ingezet; de leerkracht bepaalt wanneer en hoe |
| • Afwisseling met niet-digitale werkvormen blijft essentieel |
| • Aandacht voor focus, werkdruk en digitale rust |
| • Het toestellenbeleid ondersteunt het didactisch handelen, maar vervangt dit nooit |
| • Deconnectie en digitale rust worden actief bewaakt en gerespecteerd |
7.3 Professionalisering van leerkrachten
Leerkrachten engageren zich in professionalisering rond ICT-competenties, AI-geletterdheid en digitaal burgerschap. De school ondersteunt dit door:
- Nascholing en pedagogische studiedagen rond didactisch ICT-gebruik en AI
- Uitwisseling van good practices tussen vakgroepen
- ICT-coördinatie die leerkrachten ondersteunt bij de inzet van digitale tools
- Toegang tot en begeleiding bij schoolbrede platforms (Microsoft 365, Smartschool, Dodona)
Tijdens de gefaseerde invoering van BYOD (zie hoofdstuk 3.4) voorziet de school bijkomende professionaliseringsmomenten voor leerkrachten die in september 2026 voor het eerst lesgeven aan BYOD-klassen in de tweede graad.
8. Evaluatievisie en digitale tools
Evalueren is een integraal onderdeel van het leerproces. Het dient om leerwinst zichtbaar te maken, groei te stimuleren en leerlingen eigenaar te laten worden van hun leren. Digitale tools ondersteunen de evaluatiepraktijk, maar vervangen nooit het professionele oordeel van de leerkracht.
Evaluatie is transparant en voorspelbaar, betrouwbaar en objectief, formatief én summatief, fair en gedifferentieerd waar nodig, en gericht op de totale persoonlijkheid.
8.1 Algemene principes bij digitale evaluatie
- Digitale quiztools (bv. Socrative, Formative) worden ingezet voor formatieve toetsing en directe feedback
- Smartschool en de digitale Planner worden gebruikt voor transparante communicatie over toetsen en deadlines
- AI-gebruik bij evaluatieopdrachten wordt expliciet geregeld per opdracht (zie hoofdstuk 5)
- De werkdruk voor leerlingen wordt bewaakt: toetsvrije periodes worden gerespecteerd
8.2 Evaluatie in een AI-tijdperk: drie sporen
De opkomst van generatieve AI raakt evaluatie fundamenteel. Een opdracht die thuis gemaakt wordt en op tekst beoordeeld wordt, is in 2026 niet meer dezelfde opdracht als in 2022. Het Sint-Franciscusinstituut kiest niet voor een algemeen verbod op AI, maar evenmin voor naïef vertrouwen op de eerlijkheid van leerlingen. We hanteren drie complementaire sporen:
Spoor 1: Procesgerichte evaluatie versterken. We maken het leerproces zelf zichtbaar en evalueerbaar, niet enkel het eindproduct. Dit gebeurt via tussentijdse besprekingen, leerlogs, schrijfstadia in plaats van enkel een eindversie, en mondelinge toelichting bij grotere opdrachten. Deze aanpak is AI-bestendig omdat ze het denken zelf in beeld brengt.
Spoor 2: Gecontroleerde evaluatiemomenten beschermen. Voor summatieve beoordeling die de eigen kennis en vaardigheid van de leerling moet meten, kiezen we voor evaluatievormen waarvan de omstandigheden gecontroleerd zijn: schriftelijke toetsen in klas, mondelinge presentaties, mondelinge ondervraging, klassikaal schrijven. Dit zijn niet “ouderwetse” vormen — het zijn vormen die in een AI-tijdperk hun waarde hervinden.
Spoor 3: Bewust werken mét AI. In specifieke opdrachten wordt AI-gebruik uitdrukkelijk toegestaan en geëvalueerd. Niet de AI-output zelf, maar de kwaliteit van de prompt, de kritische evaluatie van het antwoord en de eigen verwerking ervan staan dan centraal. Dit sluit aan bij de transparantievereisten uit hoofdstuk 5.3.
De keuze van het spoor is een didactische keuze van de leerkracht, in afstemming met de vakgroep. Niet elk vak en niet elke opdracht vraagt dezelfde aanpak. Wat wél schoolbreed geldt: voor elk evaluatiemoment is voor de leerling vooraf duidelijk welk spoor van toepassing is en wat dit betekent voor AI-gebruik.
8.3 Vakgroepen als motor van evaluatievernieuwing
De school engageert zich om vakgroepen actief te ondersteunen bij het herdenken van hun evaluatiepraktijk. In het schooljaar 2026-2027 buigt elke vakgroep zich minstens éénmaal expliciet over de vraag: welke van onze evaluatievormen zijn AI-bestendig, en welke moeten we aanpassen of vervangen? De ICT-coördinatie en de pedagogische directie ondersteunen dit traject met voorbeelden, vorming en intervisie.
9. Minimumvereisten en praktische randvoorwaarden BYOD
Om de kwaliteit en werkbaarheid te garanderen, legt de school minimumvereisten vast voor BYOD-toestellen. Deze vereisten zijn functioneel, realistisch en niet elitair.
De school communiceert deze vereisten tijdig en transparant, biedt ondersteuning en advies bij aankoop, en voorziet een beperkt aantal toestellen als leen- of noodoplossing. Voor gezinnen die instappen in het BYOD-model bij de aanvang van de gefaseerde invoering (zie hoofdstuk 3.4) worden de minimumvereisten en de aankoop- of huurformules uiterlijk in januari 2026 gecommuniceerd.
De school verwijst naar de referentieprijzen voor mobiele toestellen voor leerlingen zoals gepubliceerd door de Vlaamse overheid in het kader van Digisprong. BYOD betekent niet dat leerlingen verplicht zijn een duur of high-end toestel aan te kopen. Het toestel moet geschikt zijn om de onderwijsdoelen te ondersteunen.
10. Sociale correcties en gelijke onderwijskansen
Het Sint-Franciscusinstituut waakt erover dat het toestellenbeleid geen drempel vormt voor leerlingen of gezinnen.
Daarom voorziet de school: leenlaptops voor leerlingen die dit nodig hebben, tijdelijke toestellen bij defect of herstelling, en discrete begeleiding in samenwerking met leerlingenbegeleiding en externe partners. Deze ondersteuning gebeurt met respect voor privacy en zonder stigmatisering.
Specifiek tijdens de gefaseerde invoering van het BYOD-model (zie hoofdstuk 3.4) engageert de school zich om geen bijkomende financiële last te leggen op gezinnen waarvan de leerlingen reeds in de derde graad zitten bij de start van de transitie. Voor deze cohortes wordt de pedagogische ambitie gewaarborgd via gedeelde Windows-toestellen in schoolbeheer, niet via aankoop door de ouders.
11. Digitale ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Het Sint-Franciscusinstituut beschouwt digitalisering ook als een ondersteunend instrument binnen de leerlingenbegeleiding. Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan het gebruik van digitale hulpmiddelen een wezenlijke meerwaarde betekenen in het leerproces.
Voor leerlingen met onder meer dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, ASS of ADHD kunnen digitale toepassingen bijdragen aan:
- Een betere toegankelijkheid van leerstof
- Compenserende ondersteuning bij lezen, schrijven of rekenen
- Verhoogde zelfstandigheid en structuur
- Vermindering van cognitieve belasting en faalangst
Concreet voorziet de school:
- Het gebruik van voorleessoftware en leesondersteunende toepassingen
- Het inzetten van SprintPlus voor leerlingen met lees- en schrijfmoeilijkheden, conform het zorgbeleid
- Spelling- en schrijfondersteuning waar aangewezen
- Aangepaste digitale lay-out van leer- en evaluatiemateriaal (bv. lettertype, regelafstand)
- Extra tijd of aangepaste werkvormen bij digitale opdrachten en evaluaties, in overleg met leerlingenbegeleiding
Digitale ondersteuning wordt steeds ingezet als redelijke aanpassing, op maat van de leerling en binnen het bredere zorgkader. De school waakt erover dat deze maatregelen inclusief en discreet worden toegepast.
12. Veilig en betrouwbaar ICT-beleid
Het ICT-beleid van het Sint-Franciscusinstituut waarborgt een stabiele en veilige digitale infrastructuur, zorgvuldig beheer van data en privacy, ondersteuning bij technisch gebruik, naleving van regelgeving (o.a. GDPR) en toekomstgerichte keuzes in hardware en software.
De school gebruikt enkel tools en platformen die GDPR-conform zijn en waarbij de privacy van leerlingen en leerkrachten gewaarborgd is. Bij de keuze van nieuwe digitale tools — inclusief AI-tools — wordt privacy-by-design als criterium gehanteerd.
13. Inzet van Digiplan-middelen
De middelen die de school ontvangt via het Digiplan worden ingezet op een structurele en duurzame manier, in lijn met de verplichte beleidsplanning die vanaf september 2026 van kracht is. De focus ligt op:
- Optimalisatie en beveiliging van het netwerk
- Beheer en ondersteuning van digitale omgevingen
- Professionalisering van leerkrachten, inclusief AI-geletterdheid
- Ondersteunende software en licenties
- Gedeelde Windows-toestellen ter ondersteuning van de gefaseerde BYOD-invoering tijdens de overgangsperiode 2026-2028
De school vermijdt het inzetten van Digiplan-middelen voor kortlevende of weinig duurzame hardware-investeringen. Bij de totstandkoming en opvolging van het beleid wordt gebruikgemaakt van de reflectiekaders van Digipunt Vlaanderen, waaronder het visiecanvas en contextanalyses.
14. Financiële onderbouwing en gelijke onderwijskansen
Het toestellenbeleid van het Sint-Franciscusinstituut vertrekt vanuit transparantie, eenvoud en gelijke onderwijskansen. De financiële afspraken zijn erop gericht om kosten duidelijk te koppelen aan concrete voorzieningen en om bijkomende bijdragen te vermijden.
14.1 Structurele kostenstructuur (eindsituatie vanaf september 2028)
Voor leerlingen die werken met een school-Chromebook in de eerste graad wordt een jaarlijkse huurbijdrage gevraagd van €80 per schooljaar. Deze bijdrage dekt het gebruik van het toestel, het beheer, het onderhoud, de technische ondersteuning en de toegang tot de digitale leeromgeving.
Vanaf de tweede graad werken leerlingen met een eigen toestel (BYOD). Voor BYOD-leerlingen wordt geen huurbijdrage en geen bijkomende digitale of netwerkgerelateerde bijdrage gevraagd. De school blijft instaan voor digitale infrastructuur, beveiliging, ondersteuning en platformen als onderdeel van haar basiswerking.
14.2 Overgangsregeling tijdens de invoering van BYOD (2026-2028)
Tijdens de gefaseerde invoering van het BYOD-model (zie hoofdstuk 3.4) blijven sommige cohortes in de derde graad werken met een school-Chromebook. Voor deze leerlingen blijft de huurbijdrage van €80 per schooljaar van toepassing zolang zij van een schooltoestel gebruikmaken. Er wordt voor deze cohortes geen aankoop van een Windows-laptop gevraagd.
Concreet betekent dit voor de overgangsperiode:
| Schooljaar | 1e en 2e jaar | 3e en 4e jaar | 5e en 6e jaar |
|---|---|---|---|
| 2026-2027 | €80 huur (Chromebook) | Geen huur (BYOD) | €80 huur (Chromebook) |
| 2027-2028 | €80 huur (Chromebook) | Geen huur (BYOD) | €80 huur (5e jaar: BYOD; 6e jaar: Chromebook) |
| 2028-2029 | €80 huur (Chromebook) | Geen huur (BYOD) | Geen huur (BYOD) |
14.3 Sociale correcties en bijkomende ondersteuning
Sociale correcties en ondersteuningsmaatregelen (zoals leenlaptops of financiële tussenkomst via het schoolfonds) blijven mogelijk en worden discreet toegepast in samenwerking met leerlingenbegeleiding. Zie hoofdstuk 10 voor een uitgebreide beschrijving.
15. Evaluatie, monitoring en bijsturing
De samenhang tussen pedagogisch project, digitale visie, AI-beleid, evaluatiebeleid en onderwijsleerpraktijk wordt bewaakt door het beleidsteam in samenwerking met ICT-coördinatie, leerlingenbegeleiding en vakgroepen. In lijn met de richtlijnen van Digipunt Vlaanderen wordt deze visie vertaald naar een meerjarige beleidsplanning.
15.1 Wat we monitoren en hoe
| Domein | Indicator | Bron | Frequentie |
|---|---|---|---|
| Leerimpact | Resultaten op centrale toetsen en eindexamens; doorstroomcijfers naar hoger onderwijs | Schoolresultaten, alumni-bevraging | Jaarlijks |
| Welzijn leerlingen | Schermtijd-perceptie, focus, draagkracht | Leerlingenbevraging (steekproef per graad) | Tweejaarlijks |
| Werkdruk leerkrachten | Tijdsbesteding aan digitale tools; ervaren ondersteuning | Personeelsbevraging | Jaarlijks |
| AI-gebruik | Mate waarin AI-transparantie effectief wordt nageleefd; aantal gemelde integriteitskwesties | Vakgroepverslagen, leerlingenbegeleiding | Jaarlijks |
| Toestelbeleid | Tevredenheid Chromebook 1e graad; instapervaring BYOD; technische incidenten | Korte digitale bevraging ouders/leerlingen | Jaarlijks |
| Sociale correcties | Aantal leenlaptops in gebruik; gebruik schoolfonds voor ICT-kosten | Leerlingenbegeleiding, boekhouding | Jaarlijks |
| Gefaseerde BYOD-invoering | Verloop transitie 2026-2028; signalen van leerkrachten en ouders | Tussentijdse evaluatiemomenten | Per trimester tijdens transitie |
15.2 Bijsturingsdrempels
Niet elk negatief signaal vraagt een beleidswijziging. We hanteren drie niveaus:
- Signaalniveau (informatief): één bron rapporteert een knelpunt. We nemen kennis en houden in de gaten.
- Aandachtsniveau (verkennend): meerdere bronnen of meetmomenten bevestigen het knelpunt. ICT-coördinatie en pedagogische directie verkennen de oorzaken.
- Bijsturingsniveau (actie): het knelpunt is structureel of raakt fundamentele beleidsuitgangspunten (gelijke kansen, welzijn, leerimpact). Het beleidsteam beslist over een bijsturing en koppelt deze terug naar schoolraad en team.
15.3 Wie wat doet
| Rol | Verantwoordelijkheid |
|---|---|
| Beleidsteam | Eindverantwoordelijkheid; jaarlijkse evaluatie en bijsturing |
| ICT-coördinatie | Verzamelt technische en gebruiksdata; rapporteert aan beleidsteam |
| Pedagogische directie | Bewaakt didactische coherentie en evaluatieaanpak |
| Leerlingenbegeleiding | Signaleert welzijns- en gelijkekansenkwesties |
| Vakgroepen | Rapporteren over AI-praktijk en evaluatievormen |
| Schoolraad | Krijgt jaarlijks een synthese; weegt mee bij structurele bijsturingen |
15.4 Jaarlijkse rapportering
Elk schooljaar wordt afgesloten met een kort syntheserapport ICT en digitalisering (max. 4 pagina’s) dat de stand van zaken op bovenstaande indicatoren samenvat. Dit rapport wordt besproken in het beleidsteam, gedeeld met het lerarenteam en gepresenteerd op de schoolraad.
Slotbeschouwing
Het Sint-Franciscusinstituut kiest resoluut voor mensgericht onderwijs met academische ambitie. Door digitalisering, evaluatie en didactiek doordacht te verbinden, creëren wij een leeromgeving waarin leerlingen stap voor stap groeien tot zelfstandige, competente en verantwoordelijke jongvolwassenen.
Digitalisering is voor ons geen hype, maar een bewuste, ethische en pedagogisch gedragen keuze om onderwijs te versterken. Met dit beleidsplan — dat de visietekst concretiseert en aanvult — kiest de school voor professioneel en duurzaam beheer van haar digitale middelen, een gedragen AI-beleid en een coherente aanpak van digitale vorming voor alle leerlingen.
“Digitalisering is voor ons geen hype, maar een bewuste, ethische en pedagogisch gedragen keuze om onderwijs te versterken.”
