Waarom vraagt de school vanaf het derde jaar een persoonlijk digitaal toestel?
Het Sint-Franciscusinstituut kiest bewust voor mensgericht onderwijs met academische ambitie. Digitalisering ondersteunt dat onderwijs wanneer zij het leren verdiept, structureert en opvolgbaar maakt. Vanaf het derde jaar verandert de aard van het leren zodanig dat een persoonlijk digitaal leerinstrument pedagogisch noodzakelijk wordt.
Een fundamentele verandering in het leerproces
Vanaf de tweede graad werken leerlingen steeds vaker aan complexe en langdurige leerprocessen. Zij bouwen kennis en vaardigheden op over meerdere lesmomenten heen, verwerken feedback in verschillende fases en leren hun leerproces zelfstandig plannen, opvolgen en bijsturen. Dit geldt in het bijzonder voor opdrachten die gericht zijn op analyse, onderzoek, schrijven, probleemoplossend denken en academische vaardigheden.
Om deze leerdoelen kwaliteitsvol te realiseren, volstaat occasioneel of gedeeld computergebruik niet meer. Leerlingen hebben nood aan continue toegang tot hun eigen leeromgeving, waarin zij documenten opbouwen, revisies bijhouden, feedback verwerken en leerinhouden verbinden over vakken heen. Een persoonlijk digitaal toestel fungeert hierbij niet als extra hulpmiddel, maar als drager van het leerproces.
Noodzakelijk voor leren én evalueren
Bepaalde leer- en evaluatieprocessen vereisen structureel gebruik van digitale toepassingen. Denk hierbij aan het verwerken van feedback over meerdere versies van een opdracht, het opvolgen van onderzoeks- of projectwerk, het werken met vakspecifieke software, en het aantonen van leerprocessen en leerwinst. Zonder persoonlijk digitaal toestel kunnen leerlingen niet volwaardig deelnemen aan deze leer- en evaluatievormen.
De verplichting tot een persoonlijk toestel is daarom geen organisatorische keuze, maar een rechtstreeks gevolg van de leerdoelen, didactiek en evaluatievormen die de school hanteert.
Begeleide en doelgerichte inzet
Het gebruik van de laptop gebeurt steeds doelgericht en onder regie van de leerkracht. Digitale middelen worden ingezet wanneer zij het leren versterken; klassieke werkvormen zoals schrijven op papier, mondelinge interactie en geconcentreerd denkwerk blijven een belangrijke plaats behouden.
De overstap naar een persoonlijk toestel wordt pedagogisch ondersteund. In het derde jaar volgen alle leerlingen digitale vorming, met aandacht voor studievaardigheden, digitale organisatie, verantwoord gebruik van technologie, focus en digitale balans. De school laat leerlingen hierin niet los, maar begeleidt hen actief in het ontwikkelen van digitale maturiteit.
Gelijke onderwijskansen en verantwoordelijkheid
Door te werken met een persoonlijk toestel beschikt elke leerling over hetzelfde noodzakelijke leerinstrument, zowel op school als thuis. De school voorziet duidelijke afspraken, begeleiding en ondersteuningsmaatregelen om gelijke onderwijskansen te waarborgen. De laptop is geen luxeproduct, maar een noodzakelijk leermiddel binnen het onderwijsconcept van de school.
Samengevat
Het vragen van een persoonlijk digitaal toestel vanaf het derde jaar is:
-
pedagogisch noodzakelijk om de vooropgestelde leerdoelen te realiseren;
-
didactisch verantwoord en begeleid;
-
essentieel voor volwaardige deelname aan leer- en evaluatieprocessen;
-
in lijn met de academische verwachtingen van vervolgstudies.
Zo blijft het Sint-Franciscusinstituut trouw aan zijn kernvisie: onderwijs waarin technologie het leren ondersteunt, verdiept en zichtbaar maakt, zonder het menselijke en intellectuele karakter ervan te ondergraven.
