Skip to content

Beleidstekst toestellenbeleid en BYOD

Sint-Franciscusinstituut – kader voor toestellen, digitalisering en praktijk


1. Doel en uitgangspunten

Deze beleidstekst concretiseert de visie van het Sint-Franciscusinstituut op digitalisering en vertaalt deze naar duidelijke afspraken rond het gebruik van digitale toestellen. Het toestellenbeleid ondersteunt het pedagogisch project van de school en heeft als doel leerprocessen te versterken, leerlingen gradueel digitale maturiteit te laten ontwikkelen en gelijke onderwijskansen te waarborgen.

Digitalisering is daarbij geen doel op zich, maar een middel dat bewust, doelgericht en pedagogisch verantwoord wordt ingezet. Daarbij heeft de school expliciet aandacht voor gelijke onderwijskansen en inclusie: digitale middelen worden ook ingezet als ondersteunend instrument voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (zoals dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, ASS of ADHD), zodat elke leerling maximale kansen krijgt om leerdoelen te bereiken. Het beleid vermijdt ad-hocbeslissingen en biedt duidelijkheid aan leerlingen, ouders en leerkrachten.


2. Digitale infrastructuur als randvoorwaarde

Het Sint-Franciscusinstituut beschikt over een stabiele en performante digitale infrastructuur die het dagelijkse onderwijsproces betrouwbaar ondersteunt. Door gerichte en geplande investeringen blijft het netwerk afgestemd op hedendaagse en toekomstige noden.

Deze infrastructuur vormt een noodzakelijke randvoorwaarde voor het gebruik van digitale leermiddelen, maar is geen sturende factor in pedagogische keuzes. Het toestellenbeleid en de invoering van BYOD vertrekken in de eerste plaats vanuit onderwijsdoelen, didactische overwegingen en de begeleiding van leerlingen, niet vanuit technische beperkingen.


3. Toestellenbeleid per graad

3.1 Eerste graad (1e en 2e jaar): school-Chromebooks

In de eerste graad werken alle leerlingen met een Chromebook dat door de school ter beschikking wordt gesteld.

Motivering:

  • uniforme en beveiligde leeromgeving;
  • focus op digitale basisvaardigheden en studiehouding;
  • beperkte technische complexiteit voor jonge leerlingen;
  • actieve begeleiding door leerkrachten.

Voor het gebruik, beheer en de ondersteuning van deze toestellen wordt een jaarlijkse huurbijdrage gevraagd. Deze bijdrage wordt transparant gecommuniceerd en dient ter dekking van beheer, onderhoud en ondersteuning.


3.2 Tweede graad (3e jaar): begeleide overstap naar BYOD

Vanaf het derde jaar schakelt de school over naar een BYOD-model (Bring Your Own Device). Leerlingen beschikken over een eigen laptop die voldoet aan de door de school vastgelegde minimumvereisten.

Pedagogische motivering:

  • het leerproces vraagt meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
  • opdrachten worden complexer en langduriger;
  • leerlingen leren omgaan met een persoonlijk digitaal werkmiddel;
  • voorbereiding op hogere graden en vervolgstudies.

De overstap naar BYOD valt samen met een expliciet begeleid leertraject digitale maturiteit. In het eerste en derde jaar is voor alle klassen een lesuur digitale vorming voorzien, waarin leerlingen systematisch worden begeleid in digitale vaardigheden, studievaardigheden, cyberveiligheid, focus en verantwoord gebruik van technologie.

Het gebruik van het persoonlijk toestel gebeurt doelgericht en onder regie van de leerkracht. Digitale middelen worden ingezet waar ze pedagogische meerwaarde hebben.


3.3 Derde graad (4e tot 6e jaar): volwaardig persoonlijk leerinstrument

In de derde graad functioneert de laptop als een volwaardig leerinstrument. Leerlingen werken intensiever met digitale tools ter ondersteuning van:

  • onderzoeksvaardigheden;
  • academische vaardigheden;
  • programmeer- en simulatieomgevingen;
  • projectmatig en zelfstandig leren.

Het toestellenbeleid sluit hiermee aan bij de verwachtingen van het hoger onderwijs en de academische ambities van de school.


4. Minimumvereisten en praktische randvoorwaarden BYOD

Om de kwaliteit en werkbaarheid te garanderen, legt de school minimumvereisten vast voor BYOD-toestellen. Deze vereisten zijn functioneel, realistisch en niet elitair.

De school:

  • communiceert deze vereisten tijdig en transparant;
  • biedt ondersteuning en advies bij aankoop;
  • voorziet een beperkt aantal toestellen als leen- of noodoplossing.

BYOD betekent niet dat leerlingen verplicht zijn een duur of high-end toestel aan te kopen. Het toestel moet geschikt zijn om de onderwijsdoelen te ondersteunen.

Indicatieve richtprijzen BYOD

Om ouders te ondersteunen bij de aankoop van een persoonlijk digitaal toestel hanteert de school geen vaste aankoopverplichting of merkvoorschriften. Wel verwijst de school naar de referentieprijzen voor mobiele toestellen voor leerlingen zoals gepubliceerd door de Vlaamse overheid in het kader van Digisprong.

Deze referentieprijzen bieden gezinnen een realistisch en objectief kader om een geschikt toestel te kiezen dat voldoet aan de onderwijsdoelen, zonder dat een duur of high-end toestel noodzakelijk is. De school volgt deze richtlijnen als indicatief kader en waakt erover dat de verwachtingen haalbaar en proportioneel blijven.


5. Sociale correcties en gelijke onderwijskansen

Het Sint-Franciscusinstituut waakt erover dat het toestellenbeleid geen drempel vormt voor leerlingen of gezinnen.

Daarom voorziet de school:

  • leenlaptops voor leerlingen die dit nodig hebben;
  • tijdelijke toestellen bij defect of herstelling;
  • discrete begeleiding in samenwerking met leerlingenbegeleiding en externe partners.

Deze ondersteuning gebeurt met respect voor privacy en zonder stigmatisering.


6. Digitale ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Het Sint-Franciscusinstituut beschouwt digitalisering ook als een ondersteunend instrument binnen de leerlingenbegeleiding. Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan het gebruik van digitale hulpmiddelen een wezenlijke meerwaarde betekenen in het leerproces, zowel in de klas als bij het zelfstandig verwerken van leerstof.

Voor leerlingen met onder meer dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, ASS of ADHD kunnen digitale toepassingen bijdragen aan:

  • een betere toegankelijkheid van leerstof;
  • compenserende ondersteuning bij lezen, schrijven of rekenen;
  • verhoogde zelfstandigheid en structuur;
  • vermindering van cognitieve belasting en faalangst.

Concreet voorziet de school onder meer:

  • het gebruik van voorleessoftware en leesondersteunende toepassingen;
  • het inzetten van SprintPlus voor leerlingen met lees- en schrijfmoeilijkheden, conform het zorgbeleid van de school;
  • spelling- en schrijfondersteuning waar aangewezen;
  • aangepaste digitale lay-out van leer- en evaluatiemateriaal (bv. lettertype, regelafstand);
  • extra tijd of aangepaste werkvormen bij digitale opdrachten en evaluaties, in overleg met leerlingenbegeleiding;
  • begeleiding in het gebruik van deze hulpmiddelen, zodat ze het leren effectief ondersteunen en geen bijkomende belasting vormen.

Digitale ondersteuning wordt steeds ingezet als redelijke aanpassing, op maat van de leerling en binnen het bredere zorgkader van de school. Deze ondersteuning vervangt het pedagogisch-didactisch handelen of het zorgbeleid niet, maar vormt een aanvullend hulpmiddel.

De school waakt erover dat deze maatregelen inclusief en discreet worden toegepast, met respect voor de privacy van leerlingen en zonder stigmatisering.


6. Didactische afspraken en grenzen

Het gebruik van digitale toestellen is steeds onderworpen aan pedagogische afspraken.

Principes:

  • digitale middelen worden doelgericht ingezet;
  • afwisseling met niet-digitale werkvormen blijft essentieel;
  • de leerkracht bepaalt wanneer en hoe het toestel wordt gebruikt;
  • aandacht voor focus, werkdruk en digitale rust.

Het toestellenbeleid ondersteunt het didactisch handelen, maar vervangt dit nooit.


7. Inzet van Digiplan-middelen

De middelen die de school ontvangt via het Digiplan worden ingezet op een structurele en duurzame manier, met focus op:

  • optimalisatie en beveiliging van het netwerk;
  • beheer en ondersteuning van digitale omgevingen;
  • professionalisering van leerkrachten;
  • ondersteunende software en licenties.

De school vermijdt het inzetten van Digiplan-middelen voor kortlevende of weinig duurzame hardware-investeringen.


8. Financiële onderbouwing en gelijke onderwijskansen

Het toestellenbeleid van het Sint-Franciscusinstituut vertrekt vanuit transparantie, eenvoud en gelijke onderwijskansen. De financiële afspraken zijn erop gericht om kosten duidelijk te koppelen aan concrete voorzieningen en om bijkomende bijdragen te vermijden.

Voor leerlingen die werken met een school-Chromebook in de eerste graad wordt een jaarlijkse huurbijdrage gevraagd. Deze bijdrage dekt het gebruik van het toestel, het beheer, het onderhoud en de technische ondersteuning, evenals de toegang tot de digitale leeromgeving. Rekening houdend met stijgende beheers- en vervangingskosten wordt deze bijdrage vastgesteld op 80 euro per schooljaar. Deze bijdrage wordt vooraf transparant gecommuniceerd.

Vanaf de invoering van BYOD in het derde jaar valt de huur van een schooltoestel volledig weg. Voor leerlingen die met een eigen toestel werken, wordt geen bijkomende digitale of netwerkgerelateerde bijdrage gevraagd. De school blijft instaan voor digitale infrastructuur, beveiliging, ondersteuning en platformen als onderdeel van haar basiswerking.

Op deze manier vermijdt de school dubbele betalingen en bewaart zij een duidelijk en eerlijk kostenmodel.

Het Sint-Franciscusinstituut waakt erover dat financiële overwegingen geen drempel vormen voor leerlingen. Sociale correcties en ondersteuningsmaatregelen (zoals leenlaptops of financiële tussenkomst via het schoolfonds) blijven mogelijk en worden discreet toegepast in samenwerking met leerlingenbegeleiding.


8. Evaluatie en bijsturing

De invoering van het toestellenbeleid en BYOD vanaf het derde jaar wordt jaarlijks geëvalueerd. Daarbij wordt aandacht besteed aan:

  • leerimpact en onderwijskwaliteit;
  • werkdruk en welzijn van leerlingen en leerkrachten;
  • haalbaarheid binnen de klaspraktijk;
  • technologische en maatschappelijke evoluties.

De evaluatie gebeurt op basis van signalen vanuit het lerarenteam, leerlingenbegeleiding, ICT-coördinatie en leerlingen en wordt besproken binnen het beleidsteam. Waar nodig worden afspraken bijgestuurd.


9. Financiële uitwerking en meerjarenbeheer van Chromebooks

9.1 Uitgangspositie

Het Sint-Franciscusinstituut beschikt over een Chromebookpark dat hoofdzakelijk wordt ingezet in het eerste en tweede jaar. Door de invoering van BYOD vanaf het derde jaar kan de school haar middelen gericht inzetten op kwaliteit, stabiliteit en continuïteit in de eerste graad.

  • Aantal leerlingen 1e en 2e jaar: 170
  • Jaarlijkse huurbijdrage per leerling: €80
  • Jaarlijkse huurinkomsten: €13.600
  • Beschikbare reserve uit voorgaande jaren: ± €40.000

De huurbijdrage wordt benaderd vanuit het principe van levenscyclusbeheer: niet elk schooljaar vereist dezelfde investeringen, maar over meerdere jaren worden aankoop, beheer en vervanging in evenwicht gehouden.


9.2 Doel van de investeringen

De school kiest ervoor om niet te wachten tot toestellen technisch of pedagogisch problematisch worden, maar om proactief en gefaseerd te investeren in nieuwere Chromebooks. Deze aanpak heeft als doel:

  • de betrouwbaarheid van het toestelpark te verhogen;
  • grote piekinvesteringen te vermijden;
  • de werkdruk voor leerkrachten en ICT-ondersteuning te beperken;
  • leerlingen in de eerste graad te laten werken met stabiele en actuele toestellen.

9.3 Investeringsstrategie: gefaseerde vernieuwing en EOL-beleid

Chromebooks kennen een beperkte ondersteuningsduur (End of Life – EOL) waarbij beveiligings- en besturingssysteemupdates na gemiddeld vier jaar stoppen. Toestellen die deze EOL-grens bereiken, zijn vanuit veiligheids-, privacy- en beleidsmatig standpunt niet langer verantwoord inzetbaar in een schoolcontext.

Om de continuïteit, betrouwbaarheid en veiligheid van het Chromebookpark te waarborgen, hanteert het Sint-Franciscusinstituut een levenscyclusbeleid waarbij jaarlijks ongeveer één vierde van het toestelpark wordt vernieuwd.

Gezien het structurele aantal van ongeveer 170 Chromebooks in de eerste graad betekent dit concreet:

  • jaarlijkse vervanging van ongeveer 40 à 45 toestellen;
  • gespreide investeringen over meerdere schooljaren;
  • vermijding van plotse piekinvesteringen;
  • blijvende inzetbaarheid van toestellen binnen hun ondersteunde levensduur.

Concreet scenario:

  • Jaarlijkse vervanging: 40 à 50 Chromebooks
  • Richtprijs per toestel (incl. licenties en basisbeheer): ± €325

Indicatieve jaarlijkse investeringskost:

  • 40 toestellen → ± €13.000
  • 50 toestellen → ± €16.250

Deze aanpak is rechtstreeks afgestemd op de EOL-termijnen van Chromebooks en vormt de basis voor een stabiel en toekomstgericht toestellenbeheer.


9.4 Jaarlijkse kostenstructuur

Naast de aankoop van nieuwe toestellen voorziet de school jaarlijks middelen voor beheer en ondersteuning:

  • MDM-licenties en beheer
  • Herstellingen buiten garantie
  • Wissel- en noodtoestellen
  • Logistieke en administratieve ondersteuning

Richtkost beheer en ondersteuning:

  • ± €15 per toestel per jaar
  • Voor 170 toestellen: ± €2.550 / jaar

9.5 Financiële balans (voorbeeldjaar met investering)

Inkomsten:

  • Huurinkomsten: €13.600

Uitgaven (voorbeeld: 45 toestellen):

  • Aankoop Chromebooks: ± €14.600
  • Beheer & ondersteuning: ± €2.550

Saldo schooljaar:

  • Tekort van ± €3.550, opgevangen door de reserve

Reserve na investering:

  • ± €36.500

De school behoudt hiermee een ruime buffer om toekomstige vervangingen en onvoorziene kosten op te vangen.


9.6 Meerjarenperspectief

Door jaarlijks 40 à 50 toestellen te vernieuwen:

  • wordt het Chromebookpark geleidelijk gemoderniseerd;
  • vermijdt de school een gelijktijdige end-of-life van alle toestellen;
  • blijft de jaarlijkse financiële impact beheersbaar;
  • kan het toestellenbeleid zonder extra bijdragen worden voortgezet.

Naarmate BYOD verder ingeburgerd raakt en het aantal schooltoestellen in gebruik daalt, neemt ook de financiële druk op het Chromebookpark verder af.


9.7 Evaluatie en bijsturing

De financiële en technische toestand van het Chromebookpark wordt jaarlijks geëvalueerd door het beleidsteam en de ICT-coördinatie. Daarbij wordt rekening gehouden met:

  • technische staat en prestaties van toestellen;
  • gebruikservaringen van leerlingen en leerkrachten;
  • evoluties in marktprijzen en levensduur;
  • beschikbare budgetten en reserves.

Op basis van deze evaluatie kan het vervangingsritme worden bijgestuurd.


Slotbeschouwing

Met deze gefaseerde en doordachte aanpak kiest het Sint-Franciscusinstituut voor professioneel en duurzaam beheer van zijn digitale toestellen. Door levenscyclusdenken, financiële voorzichtigheid en pedagogische prioriteiten te combineren, waarborgt de school kwaliteit en continuïteit zonder bijkomende financiële druk voor gezinnen.

Back To Top